Zonnepanelen op een bedrijfsdak leveren veel op, maar ze brengen ook twee papieren vragen met zich mee: kan het dak het dragen, en kunt u dat aantonen? Dat aantonen wordt steeds vaker gevraagd: door uw verzekeraar, bijvoorbeeld bij een SCIOS Scope 12-inspectie, en door RVO als u SDE++-subsidie aanvraagt. In beide gevallen is een constructieberekening de basis.
Scope 12: de inspectie van uw zonnestroominstallatie
SCIOS Scope 12 is een inspectie van zonnestroominstallaties, gericht op het voorkomen van brand- en stormschade. Een Scope 12-inspectie is niet wettelijk verplicht, maar verzekeraars nemen haar steeds vaker op in de polis, vooral bij zakelijke installaties.
De inspectie zelf wordt uitgevoerd door een SCIOS-gecertificeerd inspectiebedrijf en gaat grotendeels over de elektrische installatie. Maar het dak waar de panelen op liggen is net zo goed een risico: een dak dat bezwijkt onder ballast en sneeuw, of panelen die bij storm loskomen, zijn precies de schade die een verzekeraar wil voorkomen. Daarom vragen verzekeraars er soms een constructieberekening bij. RVO schrijft het letterlijk in zijn toelichting: “soms eisen verzekeraars een constructieberekening, bijvoorbeeld als onderdeel van een SCIOS-scope 12-inspectie. Dit is nodig om het gebouw na plaatsing van zonnepanelen verzekerd te houden.”
Die berekening maakt de Scope 12-inspecteur niet; daarvoor heeft u een constructeur nodig. Dat is wat wij doen.
SDE++: de Verklaring van een constructeur is verplicht
Vraagt u SDE++-subsidie aan voor zon-PV, zon-PVT of zonthermie op of aan een gebouw? Dan moet u bij de aanvraag een Verklaring van een constructeur meesturen. Daarin verklaart een constructeur dat het gebouw sterk genoeg is voor de installatie, of welke aanpassingen nodig zijn om het geschikt te maken.
Een paar dingen die goed zijn om te weten:
- Het dak hoeft bij de aanvraag nog niet geschikt te zijn. Wel moet duidelijk zijn welke aanpassingen nodig zijn. Die kosten neemt u mee in uw haalbaarheidsstudie.
- Het rapport hoeft u niet mee te sturen, maar RVO kan erom vragen. Het moet er dus wel zijn.
- Bestaande gebouwen hebben bijna nooit een berekening voor de nieuwe installatie. Dan is een nieuwe constructieberekening nodig om de verklaring te kunnen invullen.
- Voor de categorie zon-PV met kleine dakaanpassing is de verklaring ook nodig; daarin staat dan wat er aan de constructie moet gebeuren.
Wat staat er in de constructieberekening?
Of het nu voor uw verzekeraar of voor SDE++ is, de berekening moet aantonen dat de draagconstructie de nieuwe situatie aankan. RVO noemt wat er minimaal uit het rapport moet blijken, en dat is ook voor een verzekeraar een goede maatstaf:
- Welk gebouw is beoordeeld: adres, welk dakoppervlak, eventueel met welke aanpassingen
- Welke installatie: aantal en positie van de panelen, en de belasting die ze geven
- Welke uitgangspunten: normen, belastingen, veiligheidsfactoren, materialen en ontwerplevensduur
- Alle belastingen: het eigen gewicht van installatie en ballast, én veranderlijke belastingen zoals wind, sneeuwophoping en water dat op het dak blijft staan
- In welke mate de constructie voldoet, met duidelijke conclusies en zo nodig een voorstel voor versterking
- Wie het rapport heeft opgesteld en wanneer
Plat dak met ballast: let op de wind
Op een plat bedrijfsdak liggen panelen meestal op een ballastsysteem. Dan speelt de wind een dubbele rol: er moet genoeg ballast liggen om de panelen bij storm op hun plek te houden, maar het dak moet al die ballast ook kunnen dragen. Vooral langs dakranden en hoeken is de windbelasting hoger (NEN-EN 1991-1-4) en is meer ballast nodig. Een ballastplan en een controle van de dakconstructie horen daarom bij elkaar.
Lichte staaldaken van bedrijfshallen zijn vaak precies op hun oorspronkelijke belasting gedimensioneerd. Daar is weinig reserve voor extra gewicht, en sneeuw- of waterophoping achter de panelen kan de doorslag geven.
Wat hebben wij van u nodig?
Hoe completer de informatie, hoe sneller de berekening klaar is:
- Bestaande tekeningen en berekeningen van het gebouw. Heeft u die niet, dan kunt u ze vaak opvragen bij het bouwarchief van de gemeente.
- Het adres en de ligging van het gebouw (vrijstaand, tussen hogere bebouwing, aan open water: dat maakt voor de wind uit)
- Productinformatie van de installatie: gewicht van panelen en montagesysteem, en de ballast
- Een legplan of tekening met de positie van de panelen. Die zit vaak al bij de offerte van de installateur.
- Foto’s van het dak en de onderzijde van de dakconstructie. Daarmee kunnen we beoordelen of een opname ter plaatse nodig is.
Zo werkt het bij ConstructieLoket
- U vraagt een offerte aan en stuurt mee wat u heeft; welke stukken precies nodig zijn, stemmen we met u af.
- Wij rekenen de dakconstructie door met de installatie erop.
- U ontvangt een rapport dat u kunt overleggen aan uw verzekeraar, Scope 12-inspecteur of installateur, en voor SDE++ een ingevulde en ondertekende Verklaring van een constructeur.
- Voldoet het dak niet, dan staat in het rapport welke versterking nodig is.
Werkt u als installateur of inspectiebedrijf geregeld met zakelijke daken? Neem contact met ons op, dan kijken we hoe we dat voor uw projecten structureel kunnen regelen.
Lees ook: Zonnepanelen op het dak: constructieberekening voor de dakbelasting en wat wij doen bij zonnepanelen.
Vraag een constructieberekening voor uw zonnepanelen aan.
Bronnen & normen
Dit artikel is gebaseerd op de volgende normen en regelgeving:
- NEN-EN 1990 — Grondslagen van het constructief ontwerp
- NEN-EN 1991 — Belastingen op constructies
- NEN-EN 1992/1993 — Beton- en staalconstructies
- Bouwbesluit 2012 / Bbl — Besluit bouwwerken leefomgeving